V3 overtreft zichzelf: 2 ½ – 1 ½ winst tegen Moerkapelle V1

Ons derde viertal speelde haar eerste wedstrijd tegen Moerkapelle. Deze plaats binnenrijdend overvalt je een gevoel van nostalgie. De tijd lijkt stilgestaan te hebben in de jaren zestig, in ieder geval op de route naar het clubgebouw: kleine rijtjeshuizen, smalle straatjes, midden in de polder.

Het clubgebouw was de voormalige vogelaarsvereniging Tropica. Een bijzonder knus clubgebouwtje; klein, 10 bij 8 en gebrek aan enige luxe. Analyseren kon in een tegenoverliggend gebouwtje, nog kleiner. Wel een oplossing om overlast aan nog schakende spelers te voorkomen. Het zou goed zijn om iedereen die tot 20:45 onnodig verbaal lawaai loopt te maken, hierin op te sluiten.

Snel nu over naar de partijen. Hans was het eerste klaar met wit. Het werd de Spaanse opening, Berlijnse verdediging. Het werd een variant met …-d6 en …-Lg4. Wit had gerocheerd en d4 gespeeld. Van daaruit ging het verder. Hans had er wel moeite mee door Lg4; e4 stond aangevallen en niet gedekt. Ook d4 stond aangevallen en moest gedekt blijven. Waarschijnlijk was slaan op dxe5 het beste geweest. Al met al, materiele stand bleef gelijk. Uiteindelijk kwam Hans beter te staan door tactische fouten van de tegenstander. De koningsvleugel kwam steeds meer onder druk en na een beslissende fout van zwart kon Hans stikmat geven met een pion op f7.

De tegenstander van Joeke die met wit speelde begon met het openen van de koningspion en na een aantal volgende zetten lukte het hem om zijn loper op G2 te plaatsen. Vervolgens ontwikkelde de strijd rondom de loper en de koningspion. Het gevolg was dat binnen een aantal zetten alle paarden en lopers waren geslagen. Nadat de rook was opgeklaard had wit een licht voordeel op de lange zijde doordat hij zijn pionnen naar voren had geschoven. Nadat aan beide kanten de verdediging was georganiseerd ontbrandde een strijd tussen de torens en de koninginnen. Het resultaat was dat aan beide kanten een toren werd geslagen evenals beide koninginnen. Beide kanten hielden een toren over en wit 5 pionnen en zwart 4 pionnen. Wit probeerde zijn overwicht om te buigen tot een overwinning hetgeen zeer zeker mogelijk was. Maar na een aantal vruchteloze zetten bood hij Joeke tot zijn verrassing remise aan, hetgeen Joeke natuurlijk accepteerde.

Jan Gerkes kwam met wit redelijk goed uit de Italiaanse opening. Toch werd hij op de 16e zet verrast met pionverlies. Dat bleek naderhand toch niet zo heel desastreus, want met zijn naar voren stormende pionnen stond hij wel een stuk actiever. Op zet 26 stond hij voor een moeilijk dilemma: hij kon een pion terugwinnen of torens ruilen. Hij koos voor het eerste. Helaas drongen toen zijn tegenstanders beide torens binnen op de tweede rij waardoor ik steeds slechter begon te staan en uiteindelijk in een eindspel met twee pionnen achter moest opgeven.
Thuis heeft hij de variant met torens ruilen nog met de computer bekeken. Volgens Jan’s teamgenoten zou hij daarmee namelijk een winnende stelling hebben gekregen. De computer was daar niet van overtuigd en vond geen goede voortzetting voor wit.

Jan Breugem speelde tegen Dirk Molenaar met zwart. Na een scherpe opening werden op de zevende zet de dames geruild, waarna de eerstvolgende zetten meestal van doorslaggevend belang zijn. Jan maakte daar meteen een fout mee en zijn tegenstander maakte daar gretig gebruik van, waardoor hij een pion in moest leveren en ook nog eens gedrongen kwam te staan. Stukje bij beetje kon Jan de stelling repareren. Na de eenentwintigste zet had hij nog steeds een pion minder, de torens waren er allemaal af. Hij had nog de twee paarden en zijn tegenstanders de twee lopers. De strijd was toen eigenlijk de lopers tegen de paarden. Jan wist zijn tegenstanders lopers in hun loop te belemmeren waardoor hij er wat sterker voor kwam te staan. Op het eind wist Jan met een lange kombinatie zijn stelling op te rollen, waardoor zijn tegenstander in de vijfenzeventigste zet met nog twee minuten op de klok opgaf.

Reacties gesloten.