3-Torens V2 speelt gelijk tegen Krimpen V1

Dinsdagavond stond voor het tweede viertal (of eigenlijk roulerend vijftal) de wedstrijd tegen Krimpen V1 op het programma. Een belangrijke wedstrijd voor de eer, want hoewel de top 3 al bepaald is in de competitie is de strijd nog steeds spannend op de vierde plaats. De tegenstander stond bij aanvang van de wedstrijd op plaats 4, 3-Torens op plaats 5, met een achterstand van 1 MP en 2 bordpunten, maar ook met een wedstrijd meer te spelen. Kortom: een overwinning levert, in combinatie met een gelijkspel tegen de nummer 3 CSV, de vierde plaats op.  Maar halen we uit de laatste twee wedstrijden twee gelijke spelen of minder eindigen we misschien zelfs zesde. Er valt dus nog genoeg te verdienen om met het mes tussen de tanden voor te spelen!

Aan het vierde bord zat Joeke, die het scherp speelde en zo meteen het juiste signaal af gaf: waar zijn tegenstander aan de koningszijde rokeerde, deed hij dat aan damezijde en dan weet je dat de snelste aanvaller wint. Hij wist zijn stukken sneller aan de overkant te krijgen dan zijn tegenstander, die alle stukken aan moest wenden om opstormende witte pionnen van Joeke tegen te houden. Het resterende pionaanvalletje aan de andere kant van het bord was daarom ook niet gevaarlijk, terwijl Joeke aan de andere kant van het bord de pionnen wel gevaarlijk verder naar voren wist te duwen met promotiedreiging als gevolg. Een mooie winst voor Joeke, de 2e op rij in deze competitie!

Hans toverde tegen zijn tegenstander het Siciliaans op het bord, waarbij hij na de afruil van de c-pion met de d-pion al vroeg e5 speelde om met een tempo zijn deel van het centrum van het bord te claimen. Zijn tegenstander, penningmeester bij de RSB, had wellicht de ontvangst van de contributie van 3-Torens over het hoofd gezien: hij mikte namelijk zoveel stukken op de achterwaartse pion op d6 dat Hans zich zelfs genoodzaakt zag zijn koning in te schakelen ter verdediging. Hoewel hij de strijd niet snel opgaf, bleek de stelling uiteindelijk niet houdbaar en moest hij opgeven.

Jan speelde aan bord twee tegen Rob Scherjon. Een zware taak, want dit is met 4,5 punt uit 5 wedstrijden de best presterende speler uit de competitie. Volgens vast recept kwam Jan toen de klokken al enkele minuten liepen naar binnen gewandeld, om vervolgens na de derde zet in een vrij standaard opening, het damegambiet, een half uurtje te broeden op een gevaarlijke noviteit. Een snelle expansie op de damevleugel door middel van b4 was het gevolg. Zijn tegenstander leek het juiste antwoord niet te vinden omdat Jan iets sterker kwam te staan met iets meer ruimte en actievere stukken. Helaas beloonde Jan zichzelf niet, want hij zag een tactiek over hoofd waarbij hij zijn dame in moest ruilen voor een toren. Sportief nam hij meteen zijn verlies, waarna de partij vanaf het moment voor de fout werd uitgeschaakt en Jan, helaas niet voor de punten, de kracht van zijn stelling (voor zover ik in de gauwigheid kon zien) alsnog bewees.

Aan het eerste bord mocht ik het opnemen tegen Cor Heukels. Mijn tegenstander opende met de Reti, maar al snel kwamen we in de opening die ik als wit erg graag speel: de Queens Gambit Declined (geweigerd damegambiet). Goed voorbereid op de mogelijke ideeën van wit, en met een tegenstander die zelf aangaf op twee gedachten te hinken, was het openingsvoordeel van wit al vroeg geneutraliseerd. De zwarte stukken werden al vanaf de opening richting de witte koning geschoven of gemikt, terwijl de witte stukken deze steeds meer in de steek lieten. Zie hieronder hoe, en waarom dit volgens mij, winnend afliep:

Uitslag: 2-2

1. Patrick Smaal   –  Theo Heukels      1 – 0
2. Jan Breugem     –  Rob Scherjon      0 – 1
3. Hans Kunnen    –  Peter de Weerd   0 – 1
4. Joeke Nijboer   –   Leo Koot             1 – 0

Kortom: het viertal rest nog een zware taak om tegen de nummer 3 (of zelfs 2 na deze speelronde?) een overwinning te behalen. Dan stijgt het een plaatsje in de competitie. Maar bij puntverlies ligt zelfs het risico zelfs een plaats te zakken…